Gezondheidsdialoog in de wijk

Aanleiding

Kern van dit project is dat, wanneer bewoners medeverantwoordelijkheid hebben bij het opzetten en uitvoeren van activiteit gericht op het verbeteren van hun leefstijl, zij door betere betrokkenheid meer motivatie tot gedragsverandering zullen hebben.

Het takenpakket van de huisartspraktijk is aan verandering onderhevig. Naast het vanouds beoordelen en behandelen van klachten, is steeds meer sprake van geprotocolleerde zorg voor patiënten met een of meer chronische aandoeningen en meer en meer aandacht voor goed georganiseerde preventie. Onderdelen hiervan zijn: een gestructureerde aanpak van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, stoppen-met-roken programma’s en beweegprogramma’s voor patiënten met COPD of overgewicht. Een belangrijk onderdeel van al deze zorgprogramma’s is het bevorderen van een gezonde leefstijl; primair om te voorkomen dat mensen een chronische ziekte krijgen en secundair om de behandeling van de chronisch zieke te optimaliseren.

In de Schilderswijk in Den Haag zijn in de afgelopen jaren tal van leefstijlprogramma’s gestart voor patiënten met een verhoogd risico op een chronische ziekte. Deze programma’s bereiken vaak maar een beperkte groep en worden vrijwel nooit structureel ingebed. Langzamerhand is het vertrouwen van huisartsen in het effect van het steeds weer aanbieden van nieuwe kant en klare en extern gefinancierde programma’s sterk getaand. Bij een aantal hulpverleners van gezondheidscentrum de Rubenshoek in de Schilderswijk groeide het besef dat effectieve programma’s alleen ontwikkeld kunnen worden samen met de doelgroep. De gedachte hierbij was dat de doelgroep niet alleen moest worden betrokken bij de ontwikkeling van de leefstijlaanpak, maar ook medeverantwoordelijk moest worden gemaakt voor de uitvoering van de programma’s. Hieruit kwam het initiatief om hulpverleners en wijkbewoners met elkaar te laten praten. Dit initiatief is verder uitgewerkt onder de titel De Gezondheidsdialoog. Inmiddels heeft ook huisartspraktijk De Doc in de Rivierenbuurt in Den Haag zich hierbij aangesloten.

Doel

Omdat gekozen is voor een vorm van actieonderzoek wordt geen scherp onderscheid gemaakt tussen de doelen van de interventie en de doelen van het onderzoek.

Hoofddoel is te komen tot een werkzame en werkbare interventie, die gedragen wordt door de wijkbewoners zelf, aansluit op het dagelijks leven van mensen, die goed is beschreven, waarvan voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze succesvol is, en waarvan succes- en faalfactoren zijn beschreven. De interventiebeschrijving wordt aangeboden aan het Centrum Gezond Leven van het RIVM.Hiertoe kent het project een onderdeel 'interventieontwikkeling' en een onderdeel 'evaluatieonderzoek'.

Het onderdeel interventieontwikkeling bouwt voort op de succesvolle start van de Gezondheidsdialoog met Turkse wijkbewoners in de Schilderswijk. In deze dialoog is een gezamenlijke probleemdefinitie tot stand gekomen. De thema's voeding, beweging en stress zijn geëxploreerd om na te gaan waar aangrijpingspunten liggen voor zowel bewoners als hulpverleners om tot verbetering te komen. De interventie heeft de volgende subdoelstellingen:

a) verbeteren van health literacy en bewustwording van de wijkbewoners van de leefstijl en de invloed hiervan op de gezondheid
b) stimuleren van het zelfmanagement en de self-efficiancy van wijkbewoners
c) bevorderen dat de sociale omgeving van de wijkbewoners ondersteunend werkt bij het vertonen van gezond gedrag
d) bevorderen van deelname aan preventieve interventies door wijkbewoners
e) bevorderen van inzicht bij hulpverleners in de belemmeringen van wijkbewoners om gezond te kunnen leven
f) bevorderen van een cultuursensitieve werkwijze.

Het evaluatieonderzoek krijgt de vorm van een participatief actieonderzoek.

Vraagstelling

1. Hoe is de participatie (kwantitatief en kwalitatief) aan de Gezondheidsdialoog door wijkbewoners?

2. Is de Gezondheidsdialoog effectief in termen van het verbeteren van de health literacy, self-efficacy en ervaren gezondheid bij de actief betrokken wijkbewoners?

3. In welke mate verhoogt de Gezondheidsdialoog bij zorgverleners het inzicht in de barrières die wijkbewoners ervaren op het gebied van gezondheid en gezond gedrag; en draagt de Gezondheidsdialoog bij aan een meer cultuursensitieve werkwijze door de zorgverleners?

4. Wat zijn de succes- en faalfactoren van de Gezondheidsdialoog?

Aanpak

Hieronder volgt een korte beschrijving van de algemene aanpak in 12 punten. Een deel hiervan is al gerealiseerd in de Haagse Schilderswijk:

1. Aansluiting zoeken bij andere eerstelijnszorgverleners, de welzijnsorganisatie(s) en eventueel andere organisaties die op wijkniveau betrokken zijn bij het opzetten en uitvoeren van gezondheidsbevorderende activiteiten.

2. Het vormen van een begeleidingscommissie met afgevaardigden van bovengenoemde organisaties. De commissie ontwikkelt plannen om het project in de wijk gestalte te geven.

3. Contact leggen met wijkbewoners. Dit kan individueel via al bestaande contacten en door het benaderen van in de wijk actieve zelforganisaties.

4. Organiseren van focusgroepsgesprekken met wijkbewoners. De samenstelling van de focusgroepsleden moet een afspiegeling zijn van de samenstelling van de bewoners in de wijk naar leeftijd, geslacht en etnische herkomst. Voldoende homogeniteit binnen een focusgroep kan van belang zijn als een bepaalde doelgroep kampt met voor de groep specifieke problemen. Doel van deze focusgroepsgesprekken is de gezondheidsproblemen, zoals deze door de wijkbewoners gezien worden, zichtbaar te maken. Tegelijk geven de gesprekken een eerste activerende impuls. De uitkomsten van deze gesprekken vormen de basis voor de verdere aanpak.

5. Het organiseren van een ‘spiegelgesprek’ van bewoners en zorgverleners, waarin de meningen en wensen van wijkbewoners en hulpverleners aan elkaar gespiegeld worden. Het spiegelgesprek bevordert dat hulpverleners zich kunnen verplaatsen in het referentiekader van de wijkbewoners en biedt handvatten om de hulpverlening beter te kunnen afstemmen op de doelgroep. Bij de aanwezige wijkbewoners wordt een bewustwordingsproces op gang gebracht, door genoemde gewoontes, aannames en vragen ook bij hen terug te leggen.

6. Naar aanleiding van de focusgroepsgesprekken en de spiegelgesprekken wordt een bijeenkomst georganiseerd voor iedereen die geïnteresseerd is of betrokken wil worden bij het project. Tijdens deze bijeenkomst worden de resultaten van de focusgroeps- en spiegelgesprekken gepresenteerd en worden de aanwezigen gevraagd zich op te geven voor deelname aan werkgroepen (zie hierna).

7. Er worden werkgroepen gevormd bestaande uit wijkbewoners, desgewenst aangevuld met (een) hulpverlener(s), en professioneel begeleid, bijvoorbeeld door een GGD-medewerker of iemand van de welzijnsorganisatie. De activiteiten die de werkgroep opzet moeten op enigerlei wijze gericht zijn op het bevorderen van de gezondheid van de wijkbewoners. De activiteit mag zich ook richten op het verbeteren van de voorwaarden voor een goede gezondheid, zoals verbeteringen in de fysieke en/of sociale omgeving. Voorts moeten de activiteiten aansprekend zijn voor een voldoende groot aantal wijkbewoners. Voor werving en organisatie van de activiteiten wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van een voorhoede van actieve en goedgeïnformeerde wijkbewoners.

Gestreefd wordt naar een etnisch diverse samenstelling van de werkgroepen, ook indien tot het moment van vorming van de werkgroepen nog gewerkt was per afzonderlijke etnische groep.

De werkgroep:

  • vertaalt signalen vanuit de wijk naar ideeën voor preventieve interventies
  • werkt de ideeën uit tot bij voorkeur direct uitvoerbare experimenten en hierbij kunnen nieuwe interventies ontstaan of bestaande interventies worden aangepast
  • toetst de ideeën en de uitgevoerde experimenten bij de achterban
  • rapporteert (mondeling of schriftelijk) over bevindingen van de achterban
  • creëert bewustwording bij de achterban ten aanzien van het thema
  • houdt contact met wijkbewoners bij wie de problematiek speelt
  • laat wijkbewoners ervaren dat het betreffende probleem wordt herkend en dat zij hierin niet alleen staan
  • informeert wijkbewoners over mogelijkheden iets aan het probleem te doen en zorgt dat zij deelnemen aan de interventie.

Ervaring leert dat wijkbewoners daar in aanvang ondersteuning bij nodig hebben. Waar nodig zal training worden aangeboden waardoor actieve wijkbewoners hun rol beter zullen kunnen waarmaken.

De actieve wijkbewoners kunnen ook andere wijkbewoners voordragen voor deelname aan de werkgroep. Zo vernieuwt de groep zich vanzelf. Ook moet altijd ruimte zijn voor nieuwe signalen uit de wijk.

8. Bij de uitvoering van de activiteiten worden de plannen gesteund door de professionele organisaties zoals de GGD, de gemeente of het stadsdeel, welzijns- en eerstelijnsorganisaties. Dit kan door ruimte beschikbaar te stellen of (beperkte) financiële ondersteuning, maar ook door kennis te delen of te helpen zoeken naar mensen die een voordracht of voorlichting kunnen geven. Er wordt van uit gegaan dat de wijkbewoners zelf in staat zijn voldoende mensen te werven voor hun activiteiten. Dit laatste moet deel uitmaken van het plan of de activiteit.

9. Terugkoppeling van het resultaat van de activiteit naar de begeleidingscommissie.

10. Organiseren van een tweede spiegelgesprek waarbij deelnemers van de werkgroepen en hulpverleners aanwezig zijn.Tijdens dit spiegelgesprek zullen de activiteiten worden geëvalueerd.

11. Organiseren van een tweede themamiddag met bewoners en hulpverleners. Tijdens deze bijeenkomst zullen de verschillende werkgroepen verslag doen van hun activiteiten. Er kan een activiteitenmarkt georganiseerd worden waarbijmensen zich weer kunnen aanmelden voor nieuwe activiteiten.

12. Het proces moet, gestuurd door de begeleidingscommissie, zichzelf blijven herhalen. Het moet herkenbaar worden in dewijk voor zowel wijkbewoners als hulpverleners en een methode vormen waarbinnen nieuwe initiatieven gemakkelijk tot uitvoerte brengen zijn. Een nieuwe ronde focusgroepsgesprekken zal niet eerder plaatsvinden dan ten minste één jaar na de vorige ronde om voldoende kans te hebben dat weer nieuwe thema’s aan de orde zullen worden gesteld.

Looptijd

1 juli 2013 - 31 december 2014

Participanten

Gezondheidscentrum De Rubenshoek, Trudi Kraan, directeur
Gezondheidscentrum De Rubenshoek, Paul Uitewaal, huisarts (zie ook GHGD Haaglanden)
Huisartspraktijk De Doc, Hendrik Vrolijk, huisarts
Welzijnsorganisatie Zebra, Conny van den Berg, accountmanager
GGD Haaglanden, Paul Uitewaal, epidemioloog
GGD Haaglanden, Stans Kraetzer, functionaris Gezondheidsbevordering
GGD Haaglanden, Gerard Linkerhof, Intercultureel projectmedewerker
GGD Haaglanden, Barend Middelkoop, epidemioloog (zie ook LUMC), contactpersoon
LUMC/PHEG, Barend Middelkoop, hoogleraar Public health

Resultaten

Het belangrijkste resultaat van dit project is het inzicht dat 'gemiddelde' wijkbewoners van achterstandswijken goed op de hoogte zijn van de belangrijkste gezondheidsproblemen in de wijk en dat er een zekere bereidheid is zelf verantwoordelijkheid te nemen om tot verbetering te komen. Voordat volgende stappen kunnen worden gezet moet nog wel veel worden uitgewerkt. Een voorbeeld: onder het thema stress vallen uiteenlopende problemen (o.a.: gerelateerd aan financiën, werkloosheid, opvoeding, onveiligheid, openbare ruimte, discriminatie, huisvesting etc.). Ook moet oog zijn voor de samenhang: bijvoorbeeld activiteiten m.b.t. voeding hebben waarschijnlijk weinig kans van slagen als niet óók aan het thema stress wordt gewerkt.

Producten

Samenvatting

In het project 'Gezondheidsdialoog in de wijk' bespraken wijkbewoners en hulpverleners twee vragen met elkaar: 'Wat zijn de belangrijkste gezondheidsproblemen in de wijk?' en: 'Hoe en door wie moeten deze worden aangepakt?'. Het project werd uitgevoerd in twee achterstandswijken in Den Haag: de Schilderswijk en de Rivierenbuurt. De dialoog werd voorbereid in focusgroepdiscussies tussen wijkbewoners onderling en hulpverleners onderling. Door opbouwwerkers in te zetten werd voorkomen dat voornamelijk die wijkbewoners werden bereikt die toch al vaak het woord voeren. Opvallend was de overeenstemming over de top-3 van de gezondheidsproblemen. In beide wijken luidde deze: 1. stress; 2. overgewicht / voeding; 3. bewegen. Hiermee is een basis gelegd voor, mede door de wijkbewoners gedragen, initiatieven voor gezondheidsbevordering.