Integrale eerstelijnszorg voor identificatie van psychosociale problemen in kinderen (PIPPI)

Aanleiding

PIPPI is de afkorting van Primary care integrated for identification of psychosocial problems in children, ofwel integrale eerstelijnszorg voor identificatie van psychosociale problemen in kinderen.

Effectieve, vroegtijdige behandeling van psychosociale problemen bij kinderen kan de kwaliteit van leven verbeteren en ernstigere problemen op langere termijn voorkomen. Vroege identificatie van deze problemen is de eerste, belangrijke stap om ervoor te zorgen dat vroegtijdige behandeling kan worden gestart om zo het risico op latere problemen te verkleinen.

Jeugdartsen en huisartsen spelen in Nederland een belangrijke rol in de zorg voor kinderen. Ondanks dat kinderen regelmatig door een eerstelijns professional gezien worden, wordt een deel van de kinderen met psychosociale problemen niet herkend. De huisarts en jeugdarts hebben elk hun eigen taak en beschikken over elkaar aanvullende informatie over het kind die de herkenning van psychosociale problemen ten goede kan komen. De samenwerking tussen huisarts en jeugdarts is echter niet vanzelfsprekend.

Doel

Nagaan of een geïntegreerde eerstelijns gezondheidszorg waarbij relevante informatie van de jeugdarts en huisarts over het kind samengevoegd wordt, de identificatie van psychosociale problemen bij kinderen kan verbeteren.

Vraagstelling

1. Welke gemakkelijk beschikbare routinezorgdata uit elektronische (medische) dossiers van huisarts en data van de GGD kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een prognostische kwetsbaarheidsindex voor ongunstige geestelijke gezondheidsuitkomsten (ICPC-diagnoses voor psychische problemen, verwijzing naar GGZ, of voorschriften voor gerelateerde medicatie)?

2. Welk afkappunt resulteert in een optimale risicobeoordeling van kinderen in verschillende subgroepen (bijv. leeftijd, geslacht, sociale achtergrond) op basis van hun kwetsbaarheidsscore en gebaseerd op verschillende combinaties van gekoppelde gegevensbronnen?

Aanpak

Zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden worden gebruikt. Aan de hand van diepte-interviews is de huidige samenwerking tussen jeugdartsen en huisartsen onderzocht. Literatuuronderzoek wordt verricht naar de determinanten die belangrijk zijn bij het signaleren van psychosociale problemen door eerstelijnsprofessionals. De dossiers van de huisarts en de jeugdarts worden onderzocht op de aanwezigheid van deze determinanten. Gegevens uit de dossiers van de huisarts en jeugdarts worden vervolgens aan elkaar gekoppeld om na te gaan of dit een toegevoegde waarde heeft voor het signaleren van psychosociale problemen. De gekoppelde data wordt gebruikt om een predictiemodel te ontwikkelen voor psychosociale problemen bij kinderen in de eerste lijn.

Looptijd

De looptijd van het project is van 2015 tot 2021.

Participanten

Aan dit onderzoek nemen deel:

  • LUMC-afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde
  • GGD-Haaglanden en GGD Hollands Midden
  • Curium Academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie
  • UvA, Research Institute Child Development and Education
  • VU Amsterdam, afdeling Computer Science

Onderzoekers

  • Drs. N.R. Koning, huisarts in opleiding en onderzoeker
  • Dr. F.L. Büchner, epidemioloog en senior-onderzoeker
  • Dr. M.R. Crone, gezondheidswetenschapper en projectleider
  • Prof. dr. M.E. Numans, huisarts en hoofd afdeling PHEG LUMC

Contactpersoon

  • Nynke Koning (N.R.Koning@lumc.nl; 071-526 5761)

Het project ontvangt financiering van ZonMw programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, projectnummer 839110012.

Resultaten

Er is een systematisch review en meta-analyse uitgevoerd naar de factoren die een rol spelen bij het signaleren van psychische problemen door de huisarts en de JGZ. Hieruit kwam naar voren dat de identificatie van psychische gezondheidsproblemen bij kinderen (0-18 jaar) door eerstelijnsprofessionals aanzienlijk varieerde tussen studies en professionals (tussen 7 en 30%) en was gerelateerd aan verschillende kind-, familie- en praktijkfactoren. Zo werden psychische gezondheidsproblemen vaker geïdentificeerd bij kinderen met een andere gezinssamenstelling dan getrouwde ouders, bij kinderen met meer psychische klachten, met eerdere psychische gezondheidsproblemen, bij jongens op de basisschool, wanneer het contact met de eerstelijnsprofessional verband hield met psychosociale zorgen van ouders of routinematige gezondheidscontroles door de JGZ, wanneer eerstelijnsprofessionals recent geschoold waren in psychische gezondheidsproblemen en wanneer zij zich minder belast voelden bij het behandelen van deze problematiek. Voor wetenschappelijke publicatie. Zie producten.

Ook is er onderzoek gedaan naar welke vrije tekst in de registraties van de huisarts belangrijk zijn in de kwetsbaarheidsindeling. Op basis van een kleine gepseudonimiseerde dataset van de huisartsen is een lijst van woorden en woordcombinaties samengesteld die bij kinderen met een diagnose passend bij psychische problemen, voorafgaand, tijdens en na de diagnose vaker voorkwamen dan bij andere kinderen. Deze wordt gebruikt om een grotere dataset van huisartsen te analyseren.

Verder is de huidige samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen in kaart gebracht en onderzocht wat belemmerend of bevorderend werkt in de samenwerking. Hieruit kwam naar voren dat de huidige samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen suboptimaal is. De contactfrequentie tussen huisarts en jeugdarts varieerde van halfjaarlijks tot wekelijks. Huisartsen hadden niet altijd kennis van de competenties en taken van jeugdartsen en hadden weinig vertrouwen in jeugdartsen. Zij meldden ook minder vaak dan jeugdartsen dat er gezamenlijke afspraken of richtlijnen waren. Door beide partijen werd weinig ondersteuning vanuit de gemeente of eigen organisatie ervaren voor samenwerking. Voor beiden gold dat informatie-uitwisseling vooral plaatsvond bij medische noodzaak of wanneer de ander erom vroeg. De bereikbaarheid van de ander werd wisselend ervaren. Betere informatie-uitwisseling werd als belangrijkste verbeterpunt voor de samenwerking genoemd.

Aanknopingspunten voor verbetering zijn kennis van elkaars competenties en taken, vertrouwen, informatie-uitwisseling en ondersteuning vanuit de eigen organisatie en de gemeente. Deze inzichten kunnen helpen om de interprofessionele samenwerking in de zorg voor kinderen, ook met de komst van de jeugdteams, vorm te geven en te verbeteren. Voor wetenschappelijke publicatie. Zie producten.

In 2019 is gestart met de analyses van de routinezorgdata van de huisarts: het gaat om de registratiegegevens van ongeveer 100.000 kinderen uit de regio Hollands Midden en zijn JGZ-data gekoppeld.

Producten

Wetenschappelijk artikel in European Journal of General Practice: Factors associated with the identification of child mental health problems in primary care – a systematic review. (2019)

Wetenschappelijk artikel in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: Samenwerking tussen huisarts en jeugdarts. Ruimte voor verbetering. (2018)

Presentatie tijdens Symposium AWPG NZH en SAMEN Implementeren: denken én doen! Hoe zetten we onze kennis optimaal in? 25 januari 2018: Workshop ‘Over de schutting’, over samenwerking in de Jeugdzorg en de resultaten van het PIPPI onderzoek.

Samenvatting

Het project loopt nog tot en met 2021.Hieronder volgt een samenvatting van de voortgang en tussentijdse resultaten.

Psychische problemen bij kinderen zijn veelvoorkomend en hebben vaak langdurige effecten. Desondanks worden zij vaak niet tijdig herkend en behandeld. Vroege herkenning van deze problemen is essentieel voor het geven van een tijdige behandeling en het voorkomen van persisterende problemen.

De huisartsen en de jeugdgezondheidszorg (JGZ), hebben een centrale rol bij de proactieve identificatie en verwijzing van kinderen met deze problemen. Omdat huisartsen en de JGZ-professionals elk hun eigen rol en specifieke kennis hebben in de eerstelijnsgezondheidszorg voor kinderen, kunnen zij elkaar aanvullen bij het signaleren en diagnosticeren van kinderen met o.a. psychische problemen en het bepalen van het optimale beleid bij deze kinderen. Door nauwere samenwerking en door het gestandaardiseerd delen van informatie uit de patiëntendossiers zou de identificatie van kinderen met psychische problemen verbeterd kunnen worden.

Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van een instrument waarmee een kwetsbaarheidsindeling voor psychische problemen bij kinderen kan worden gemaakt. Dit instrument wordt ontwikkeld op basis van de beschikbare routinezorgdata van de huisartsen, gecombineerd met de data van de jeugdgezondheidszorg. Met zo’n kwetsbaarheidsindeling voor kinderen krijgt de huisarts snel een overzicht van de kinderen waarbij verder onderzoek en/of nauwere betrokkenheid van de JGZ belangrijk kan zijn.

Twee kwetsbaarheidsindelingen voor psychische problemen worden in dit project ontwikkeld: een gebaseerd op de informatie van de huisartsen en een op basis van de gecombineerde data van de JGZ en huisartsen. Er is een systematisch review en meta-analyse uitgevoerd naar de factoren die een rol spelen bij het signaleren van psychische problemen door de huisarts en de JGZ, en een onderzoek naar welke vrije tekst in de registraties van de huisarts belangrijk zijn in de kwetsbaarheidsindeling. Daarnaast is de huidige samenwerking tussen huisartsen en jeugdartsen in kaart gebracht en onderzocht wat belemmerend of bevorderend werkt in de samenwerking. Op dit moment worden de analyses met de routinezorgdata van de huisarts uitgevoerd en vindt het koppelingsproces met de JGZ-data plaats.