Consortium Integrale Aanpak Overgewicht (CIAO): Niet praten maar doen, onderzoek naar de adoptie & implementatie van de integrale aanpak overgewicht.

Aanleiding

Niet praten, maar doen. Onderzoek naar adoptie en implementatieprocessen in de integrale aanpak van de promotie van gezond gewicht bij kinderen in het kader van het CIAO-project*.

Dit deelonderzoek wordt uitgevoerd vanuit de Academische Werkplaats Public Health Noordelijk Zuid-Holland en richt zich op het proces van planning en implementatie van een integrale aanpak ter preventie van overgewicht bij kinderen in de betrokken CIAO regio’s.

Uit de praktijk komt immers de ervaring naar voren dat waardevolle en complexe interventies niet als van zelf worden gebruikt door intermediaire gebruikersgroepen. Om het invoeringsproces voor de integrale aanpak overgewicht gericht te kunnen sturen is systematisch inzicht nodig in de faal- en succesfactoren bij de invoering. Deze factoren vormen aangrijpingspunten voor het ontwerp van een strategie die de kans op een succesvolle invoering doet vergroten.

ciao-logo

* CIAO staat voor Consortium Integrated Approach Overweight of Consortium Integrale Aanpak Overgewicht

Doel

Inzicht verkrijgen in de faal- en succesfactoren bij de invoering van een integrale aanpak ter preventie van overgewicht bij kinderen in de CIAO regio's.

Vraagstelling

CIAO deelonderzoek vanuit de Academische Werkplaats Public Health Noordelijk Zuid-Holland heeft getracht dit inzicht te vergaren door de implementatie van de integrale aanpak in vijf Nederlands gemeenten longitudinaal te evalueren. De onderzoeksvragen bij deze studie luiden:

  1. Wat is in de literatuur al bekend over zowel de mate van implementatie als determinanten van implementatie van de integrale aanpak?
  2. Wat zijn de karakteristieken van de inhoud, de planning en de aansturing van de integrale aanpakken die in verschillende gemeenten ingevoerd worden?
  3. In hoeverre zijn de geplande invoeringsstrategieën geëffectueerd en in welke mate heeft dat geleid tot implementatie bij de beoogde intermediaire gebruikersgroepen?
  4. Welke factoren verklaren mogelijke discrepanties tussen de invoering van de integrale aanpak zoals gepland en de invoering zoals in de praktijk gerealiseerd?
  5. Hoe verloopt de netwerkvorming bij de invoering van een integrale aanpak in een wijk/gemeente? En hoe is deze netwerkvorming gerelateerd aan de implementatie van activiteiten behorende bij de integrale aanpak op wijkniveau?

Aanpak

Voor het onderzoek zijn in vijf gemeenten zowel via kwalitatieve als kwantitatieve methoden data verzameld om de mate van implementatie en determinanten van implementatie van de integrale aanpak overgewicht in kaart te brengen. Daarnaast is in alle gemeenten één of meerdere keren de (sociale) netwerkvorming rondom overgewichtpreventie onderzocht met behulp van een Sociale Netwerk Analyse (SNA).

Door de combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve methoden hebben we zowel in de breedte als in de diepte inzicht gekregen in het proces van implementatie. Ook was er op deze manier intensief contact tussen wetenschap en praktijk, wat het onderzoeksproces bevorderde maar ook een snelle terugkoppeling van resultaten naar de praktijk mogelijk maakte.

Het onderzoek richt zich op twee niveaus die belangrijk zijn bij de invoering van de integrale aanpak in de betrokken CIAO-regio’s:

  • Het lokale projectteam dat de planning en coördinatie van de invoering van de integrale aanpak in die regio verzorgt
  • De intermediaire professionals die in de betrokken sectoren verantwoordelijk zijn voor de blootstelling van de jongeren en hun ouders aan de preventieve interventies uit de integrale aanpak.

Belangrijkste bronnen voor dataverzameling waren:

a. de planningsdocumenten die door de lokale projectteams zijn gemaakt

b. jaarlijkse interviews met leden van het projectteam over de achtergronden van eventuele afwijkingen en bijstellingen van de oorspronkelijke plannen

c. interviews met de intermediaire professionals over de invoering van de preventieve interventies uit de integrale aanpak.

Looptijd

juni 2011 t/m juni 2015.

Participanten

Prof. Dr. Ria Reis, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
Professor Promotor/projectgroeplid
Dr. Matty Crone, LUMC
Assistant professor Co-promotor/projectleider
Drs. Rianne van der Kleij, LUMC
Promovendus, Primaire onderzoeker project
Dr. Theo Paulussen, TNO
Senior researcher Co-promotor/projectgroeplid
Dr. Gitte Kloek, Haagse HogeSchool (HHS)
Projectgroeplid (t/m 06-2012)
Dr. Irene van der Meer, GGD Haaglanden
Epidemioloog Projectgroeplid (t/m 06-2012)

Resultaten

Gemeenten hebben moeite om invulling te geven aan de inhoud en het management van de integrale aanpak. Implementatie verloopt mede daardoor nog moeizaam; vaak is een lange periode nodig voordat de aanpak gedragen wordt in een wijk en gaat resulteren. Voldoende gemeentelijke capaciteit, gebruik van geschikte innovatiestrategieën, verhogen van eigen-effectiviteit van professionals maar ook het creëren van gezamenlijk doelen kunnen implementatie bevorderen. Verder kan het vroegtijdig betrekken van stakeholders bij het plannen van het implementatieproces uitvoering optimaliseren. Naast deze determinanten zijn per sector en implementatiefase ook specifieke determinanten van invloed.

Concluderend raden wij aan om voldoende tijd uit te trekken (>5jaar) voor implementatie, en hier gemeentelijke steun en mandaat voor te verkrijgen. Verder adviseren wij in het eerste jaar een community assessment uit te voeren, waarbij de doelgroepen maar ook het netwerk en krachtenveld rondom stakeholders in kaart wordt gebracht. De implementatieplannen zouden vervolgens, iteratief en op maat, geformuleerd moeten worden per sector en implementatiefase, daarbij rekening houdend met de kennis vanuit dit onderzoek (determinanten per sector/fase) alsmede de wensen van professionals op het microniveau.

Producten

Samenvatting

Voor het doelgericht sturen van de implementatie van een integrale aanpak overgewicht is inzicht nodig in zijn faal- en succesfactoren. Daarom werd de implementatie van de integrale aanpak in vijf Nederlandse gemeenten longitudinaal geëvalueerd, via zowel kwalitatieve en kwantitatieve methoden.

Gemeenten hebben moeite om invulling te geven aan de inhoud en het management van de aanpak. Uit ons onderzoek blijkt dat het noodzakelijk is om voldoende tijd uit te trekken (>5jaar) voor implementatie en ook gemeentelijk steun/mandaat voor de aanpak te verkrijgen. Geschikte innovatiestrategieën, verhogen van eigen-effectiviteit en het creëren van gezamenlijke doelen kunnen implementatieprocessen bevorderen.

Ook een community assessment, waarbij de doelgroepen en krachtenveld rondom stakeholders in kaart worden gebracht kan de implementatie bevorderen. De implementatieplannen zouden vervolgens, iteratief en op maat, geformuleerd moeten worden per sector en implementatiefase, daarbij in ogenschouw nemend de determinanten voortkomend uit dit onderzoek alsmede de wensen van de professionals op lokaal niveau.