Sociaal Medisch (leefstijl) Advies aan uitkeringsgerechtigden

Aanleiding

De afdeling Sociaal Medische Advisering van de GGD Hollands Midden is met ingang van januari 2012 op doorverwijzing van de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Leiden mensen met een (aanvraag voor een) WWB uitkering gaan screenen op hun gezondheidsrisico’s. Over het algemeen betreft het hier een populatie met een laag sociaal economische status (SES), waarbij een aanzienlijk deel psychische en/of lichamelijke klachten heeft. Hierbij moet gedacht worden aan (subklinische) depressie of angststoornissen, overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten, en gewrichtsklachten. Bij een lage SES populatie is tevens sprake van een ongezondere leefstijl in vergelijking met mensen met een hogere SES, door onder andere ongezonde voedingsgewoonten, roken, overmatig alcoholgebruik, en gebrek aan lichaamsbeweging.

Door deze populatie te screenen op leefstijl en gezondheidsrisico’s en vervolgens gericht door te verwijzen naar interventies wordt getracht de leefstijl te bevorderen, gezondheidsrisico’s terug te dringen, en de algehele gezondheid te verbeteren. De verwachting is dat deze gezondheidsverbetering de re-integratie en (arbeids-)participatie van deze populatie verbetert. Parallel aan dit interventie-traject komen de deelnemers terecht bij het door de gemeente Leiden opgerichte Participatiecentrum om daar een programma gericht op re-integratie te doorlopen. Het streven is om via de screening en daarop aansluitende interventies bij de doelgroep de inzetbaarheid voor werk te verhogen, en aldus de doelgroep voor te bereiden op re-integratie en actieve deelname aan het participatiecentrum.

Doel

Zicht verkrijgen op de effectiviteit van de gezondheidsscreening, gerichte toeleiding naar interventies, en aanvullende fysieke training in het verhogen van de gezondheidsstatus en (arbeids)participatie

Vraagstelling

Verbetert de gezondheid van uitkeringsgerechtigden meer bij een traject van gerichte gezondheidsbevordering vergeleken met de controlegroep?

Het huidige onderzoek wil in een experimenteel design met een voormeting ten tijde van de screening, en een nameting na 3 en 6 maanden het volgende onderzoeken:

  • in hoeverre verbetert de gezondheidsstatus en (arbeids)participatie bij de controle groep (alleen screening + adviezen + reguliere zorg)?
  • in hoeverre is er in de experimentele groep die specifieke interventies aangeboden krijgen, en gestimuleerd worden in hun deelname hieraan, een sterkere verbetering in de gezondheidsstatus en (arbeids)participatie dan in de controle groep?
  • heeft een fysieke training die een deel van de experimentele groep aangeboden krijgt, een additioneel positief effect of de gezondheidsstatus en (arbeids)participatie?

Aanpak

Het werken met de nieuwe methodiek is reeds gestart. De gemeente verwijst sinds januari uitkeringsgerechtigden door, die gezien worden voor de gezondheidsscreening.

Na een periode waarin de online vragenlijst ontwikkeld werd en een pilot-fase van het project, is het onderzoek inmiddels conform de onderzoeksopzet (o.a. random verdeling over condities, definitieve versie vragenlijst) van start gegaan.

In aanvulling op de uitgevoerde evaluatie, zal een kosteneffectiviteitsanalyse plaatsvinden. Hierbij zal gebruik gemaakt kunnen worden van de expertise van Elske van den Akker-van Marle, gezondheidseconoom/onderzoeker bij Medische Besliskunde van het LUMC.

Looptijd

? – 30 mei 2012

Participanten


Gemeente Leiden
GGD Hollands Midden, G.D. de Loor, contactpersoon
GGD Hollands Midden, Niek Wille, sectormanager
GGD Hollands Midden, Annemarie van Dijk, epidemioloog
Fit Invest
Thuiszorgorganisatie Marente
Zorg & Zekerheid
Universiteit Leiden/FSW, Margot van der Doef, Gezondheidspsychologie
LUMC/Medische besliskunde, Elske van den Akker-van Marle

Resultaten

Nog niet beschikbaar.

Producten

Nog niet beschikbaar.

Samenvatting

De GGD Hollands Midden voert in samenwerking met de gemeente Leiden, Valent (momenteel Marente) en Zorg en Zekerheid het project Preventiekracht uit. In dit project verwijst de afdeling Sociale Zaken bepaalde uitkeringsgerechtigden naar de GGD Hollands Midden. De cliënten worden na inventarisatie van (dreigende) gezondheidsproblematiek door een GGD arts geleid naar passende preventieprogramma’s. Na het doorlopen van deze interventies, waar fysieke activiteit onderdeel van is, volgt in een participatiecentrum een re-integratieprogramma van de gemeente Leiden. Dit project wordt door twee onderzoeken begeleid: een implementatieonderzoek, gefinancierd door ZonMW en een effect-onderzoek, uitgevoerd als Kortdurend Onderzoek in het kader van de AWPG. Beide onderzoeken worden door dezelfde organisaties (Universiteit Leiden, GGD Hollands Midden) geïntegreerd uitgevoerd. In deze samenvatting wordt alleen op het effectonderzoek ingegaan.

Voor het effect-onderzoek zijn drie groepen vergeleken: een groep die de volledige interventie heeft gekregen zonder fysieke training, een groep die de volledige interventie heeft gekregen inclusief fysieke training en een controle groep. De drie groepen bestonden uit respectievelijk 20, 37 en 68 personen. De respons lag per groep op respectievelijk 45%, 35% en 34%. Het onderzoek bestond uit een vragenlijst, biomedisch onderzoek en bloedonderzoek.

Bij vergelijking van de drie groepen valt op dat verschillen qua ontwikkeling tussen de condities uitsluitend zichtbaar zijn op de ervaren gezondheid- en welbevinden indicatoren, niet op de biomedische maten, leefgewoonten of (werk)participatie. De experimentele conditie zonder fysieke training verbetert sterker op de algemene gezondheidsbeleving dan de controlegroep. De experimentele conditie met fysieke training verbetert sterker op fysiek functioneren dan de controlegroep. Echter, de controleconditie verbetert sterker dan de experimentele conditie met fysieke training op indicatoren als algemene gezondheidsbeleving en mentale/emotionele maten. De groep met fysieke training scoort beter op fysiek functioneren, maar laat een ongunstigere ontwikkeling zien in algemene gezondheidsbeleving en mentaal welbevinden dan de experimentele groep zonder fysieke training. Echter, het feit dat de condities een verschillend uitgangspunt hadden lijkt een rol te spelen bij de gevonden verschillen, en bemoeilijkt het trekken van conclusies over de effecten van de interventies. Een bekend verschijnsel is immers dat respondenten met een slechte uitgangspositie verbeteren, en respondenten met een goede uitgangspositie verslechteren.